Tuin & Buiten

Zo trek je veel meer bijen dan met een insectenhotel

· 5 min leestijd

Half Nederland heeft er een aan de schutting hangen: een houten insectenhotel vol rietstengels en dennenappels. Toch blijft zo'n hotel bij veel tuinen jaar na jaar voor het grootste deel leeg. Tuinontwerpers stappen daarom steeds vaker over op iets anders, een bestuiversrustplaats. Geen kant-en-klaar bouwpakket, maar een plek waar bijen, hommels en vlinders echt iets te zoeken hebben.

Waarom een kaal insectenhotel vaak leeg blijft

Een insectenhotel is in de kern een slaapplek, geen voedselbron. Staat het hotel te ver van bloeiende planten, dan vliegen de meeste wilde bijen er straal aan voorbij. Uit onderzoek van Natuurmonumenten blijkt dat meer dan 80 procent van onze gewassen en wilde planten afhankelijk is van bestuiving, en dat juist wilde bijensoorten daarbij een sleutelrol spelen. Een hotel zonder voedsel, water en beschutting in de directe omgeving mist dus precies de combinatie die deze dieren nodig hebben.

Daar komt bij dat veel bouwpakketten uit de tuincentrum met gladde bamboe of geboorde gaten van de verkeerde diameter werken. Solitaire bijen kunnen zich daar niet in nestelen, waardoor het hotel decoratief blijft in plaats van functioneel.

Wat een bestuiversrustplaats anders doet

Een bestuiversrustplaats combineert drie dingen op één plek: nestgelegenheid, voedsel en water. Denk aan een border met inheemse bloeiers direct naast een stukje kale, zandige grond waar grondbijen kunnen graven, met een ondiepe waterschaal met steentjes erin zodat insecten niet verdrinken. Het is dus geen los object, maar een klein ecosysteem van een paar vierkante meter.

Het verschil is meteen zichtbaar. Waar een geïsoleerd hotel soms maanden onaangeroerd blijft, trekt een rustplaats met bloeiende planten binnen een paar weken bezoek. Dat komt doordat bijen en hommels foerageren binnen een straal van enkele tientallen meters vanaf hun nest. Voedsel en onderdak dicht bij elkaar scheelt ze simpelweg energie.

Zo bouw je er zelf een

Kies een zonnige, uit de wind gelegen plek in de tuin. Laat een strook grond van ongeveer een halve vierkante meter kaal en onbewerkt, dat is voor grondbijen die zelf gangetjes graven. Zet daar een border van minimaal een meter breed naast met bloeiende planten die elkaar in tijd opvolgen, zodat er van april tot oktober altijd iets in bloei staat. Voeg een ondiepe schaal water toe met wat kiezels of kurk erin als landingsplek.

Heb je toch al een insectenhotel hangen, laat het dan gewoon zitten. Verplaats het alleen dichter naar de nieuwe border toe, binnen een meter of vijf. Daarmee gaat een leegstaand hotel vaak alsnog vollopen.

Welke planten je erbij nodig hebt

Inheemse soorten werken het best, omdat wilde bijen daar al duizenden jaren op zijn ingesteld. Goede keuzes zijn wilde marjolein, echte kamille, blauwe bosbes, wilgenroosje en boerenwormkruid. Wil je iets met meer kleur en structuur, dan is de lupine een prima aanvulling, die trekt vooral hommels aan zolang je hem niet te vroeg terugsnoeit. Vermijd dubbelbloemige cultivars uit het tuincentrum, hoe mooi ze ook ogen. Die hebben vaak nauwelijks nectar of stuifmeel over, omdat alle energie van de plant naar extra bloemblaadjes is gegaan in plaats van naar voedsel.

Combineer je dit met een moestuinhoek, dan profiteer je meteen dubbel. Wie tuin tegelijk mooi en eetbaar wil houden, merkt dat bestuivers ook de opbrengst van courgettes, bonen en fruitbomen flink verhogen.

Wat dit betekent voor je tuin deze zomer

Met de droge zomers van de laatste jaren wordt een goed doordachte rustplaats extra belangrijk. Bloeiende planten en een schaaltje water helpen bestuivers juist nu, wanneer natuurlijke waterbronnen opdrogen. Combineer dit met de tips uit hoe je tuin de droogste zomer overleeft en je houdt niet alleen je eigen planten overeind, maar geef je ook de dieren eromheen een reden om te blijven. Een paar vierkante meter is genoeg om het verschil te maken tussen een tuin die er stil bij ligt en een tuin die zoemt.

H
Geschreven door Hugo Janssen Architect & Tuindesigner

Hugo is architect en tuinontwerper die gelooft dat een huis pas perfect is als binnen en buiten naadloos op elkaar aansluiten. Hij studeerde aan de Academie van Bouwkunst en heeft een voorliefde voor modernistische villa s en strakke tuinontwerpen. Maar hij snapt ook dat niet iedereen in een designvilla woont — zijn praktische tips voor rijtjeshuizen en appartementen zijn minstens zo populair. Hij schrijft over gevel- en tuinrenovaties, buitenverlichting en hoe je het maximale uit een klein balkon haalt. Zijn collega s noemen hem de perfectionist, en dat klopt volledig.